Resultaten GDI-2017

Al weer voor de vijfde keer presenteren we de update van de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex, de GDI-2017. Hier vindt u een samenvatting van de resultaten. De nieuwe data (2008 – 2017) bieden veel aanknopingspunten om versneld maatregelen te treffen op weg naar een duurzame woon- en leefomgeving.

Gemeenten staan er nu beter voor dan in 2008. Effecten van de economische dip in 2008 zijn deels overwonnen, al is vooral de jeugdwerkloosheid nog schrikbarend hoog. In veel gemeenten worden flinke stappen gezet, vooral op het gebied van Klimaat en energie. Voorts is de luchtkwaliteit de afgelopen 10 jaar verbeterd – al zijn er nog steeds lokale overschrijdingen van de norm, verlaten minder leerlingen zonder diploma hun school en is het aantal misdrijven afgenomen. Desondanks blijft er nog veel te wensen over, voor elk van de drie dimensies van de GDI. Het moet en kan sneller. Op veel plaatsen zijn burgers en bedrijven volop bezig samen te werken aan duurzaamheid. Een olievlek die zich snel uitbreidt. Terwijl het lokale niveau zich zeer bewust is van het belang van duurzaamheid, blijft het op het landelijk niveau erg stil, ondanks luide stemmen vanuit diverse hoeken.

Waar staan we nu?

De duurzaamheidsscores (op een schaal van 1 tot 10) van het gemiddelde van alle 388 gemeenten in Nederland ziet u in onderstaand spinnenweb:

Toelichting: Het spinnenweb laat voor elke indicator de score zien op een schaal van 1-10: het middelpunt is een score 1 – niet duurzaam – de buitenste cirkel een score 10 – duurzaam.

Als u een staafdiagram makkelijker leesbaar vindt, bekijk dan de volgende grafiek, waar dezelfde 24 indicatoren in de volgorde van afnemende score staan:

U ziet, een flink aantal indicatoren scoort voldoende, sommige zelfs goed. Er zijn echter ook nog veel indicatoren die sterk verbeterd moeten worden.

Dit is het gemiddelde van alle 388 gemeenten. De onderlinge verschillen tussen de gemeenten zijn erg groot. Kijk voor de informatie van een specifieke gemeente op overzicht indicatoren

Waar komen we vandaan?

Het is goed om te weten waar we nu staan, het is ook belangrijk om te weten waar we vandaan komen. We kunnen dan zien welke vooruitgang we maken – of soms dat we achteruit zijn gegaan.

Veel indicatoren laten een vooruitgang zien t.o.v. van de GDI-2016. Met name de scores voor Werkloosheid en Werkgelegenheid zijn relatief sterk gestegen.
Terwijl de score voor Afvalscheiding is verbeterd, is de totale hoeveelheid ingezameld huishoudelijk afval gestegen, met als gevolg een lagere score voor de indicator Huishoudelijk afval.

De volgende grafiek geeft een beeld van de veranderingen in de afgelopen tien jaar.
De grootste vooruitgang zien we bij
* Onderwijs (door de daling van het aantal voortijdig schoolverlaters),
* Veiligheid (door vermindering van het aantal geregistreerde misdrijven),
* Luchtkwaliteit (al zijn er nog steeds lokale overschrijdingen van de norm) en
* Energiebesparing van woningen en gebouwen van de publieke dienstverlening.
Daartegenover staan vooral
* Werkloosheid,
* Sociale zekerheid en
* Minima,
waarvan de scores sterk achteruit zijn gegaan.De indicator Jeugdwerkloosheid is weinig teruggelopen; die bevond zich ook in 2008 al op een uiterst laag niveau.

Nog interessanter is het om gegevens te combineren: de verandering in de score over de afgelopen 10 jaar in relatie tot de huidige score. Het geeft een beeld van de transitie naar een duurzame samenleving: hoe ver zijn op de weg naar een duurzame woon- en leefomgeving en hoe snel gaat dat?

Het is uiteraard de bedoeling dat alle bolletjes – zo snel mogelijk – in het kwadrant rechtsboven terecht komen. Er gaat veel de goede kant op, maar ook zien we dat enkele indicatoren juist achteruit zijn gegaan. En voor veel indicatoren is de score nog onvoldoende. Volop ruimte voor verbetering.

Waar gaan we heen?

We zijn op weg naar een duurzame samenleving. Misschien doen we dit nog niet eens zo zeer voor onszelf, maar vooral voor onze kinderen en kleinkinderen en voor alle generaties die nog na hen komen.
Er wordt – vooral op lokaal niveau – door veel inwoners en bedrijven, door organisaties en gemeentebesturen veel en hard gewerkt aan initiatieven en projecten rondom duurzaamheid. De kunst is om dat vol te houden én om steeds meer mensen daarbij te betrekken. Om te beginnen natuurlijk de jongeren.
Inwoners kunnen veel zelf, met elkaar en samen met gemeenten. Maar we kunnen niet alles zelf. Soms is de hulp van de rijksoverheid nodig. Daar schort het helaas nogal aan. In een open brief aan de minister-president hebben we hem opgeroepen zich daar voor in te zetten. Het is belangrijk en het is urgent.

Ranglijstjes

Het gaat niet om de cijfertjes, maar toch willen we allemaal wel heel graag weten wie nu de beste meisjes of jongetjes van de klas zijn. De tien gemeenten die nu bovenaan de ranglijst staan zijn – in alfabetische volgorde:

Ameland
Littenseradiel
Nunspeet
Putten
Rozendaal
Scherpenzeel
Staphorst
Terschelling
Vlieland
Zeewolde

De onderlinge verschillen zijn te klein om een zinvol onderscheid te kunnen maken. Daarom delen alle 10 gemeenten de eervolle eerste plaats.

Omdat we nu de data vanaf 2008 beschikbaar hebben, kunnen we de Top-10 voor elk van die jaren berekenen. Het blijkt dat de Top-10 in de tien jaar van 2008 tot 2017 22 verschillende gemeenten omvat. Zes gemeenten – Ameland, Nunspeet, Putten, Staphorst, Terschelling en Vlieland – staan al 8 of meer jaren in de Top-10: de ‘harde kern’.

Kijken we naar de Bottom-10 dan blijkt die in de afgelopen 10 jaar te worden gevormd door 27 verschillende gemeenten. De ‘harde kern’ bestaat uit Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Pekela, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Sittard-Geleen, die 8, 9 of zelfs 10 keer in de Bottom-10 staan.

Om in de Top-10 terecht te komen helpt het zo te zien om Waddeneiland te worden of naar de Veluwe te verhuizen. Dat is allebei best lastig. Beter is om – met elkaar – onze tijd, creativiteit en energie te blijven inzetten voor het versnellen van de ontwikkeling naar een duurzame woon-en leefomgeving.

Opmerkelijk is dat er bij de huidige Top-10 geen echt grote gemeenten zitten, ook niet bij de 22 gemeenten die de afgelopen 10 jaar de Top-10 vormden. We hebben gekeken naar de relatie tussen het aantal inwoners en de huidige GDI-scores van alle 388 gemeenten. In de grafiek laten we de trendlijn zien: een lagere score bij toenemend aantal inwoners. Deze trend is echter zo zwak dat dezeuit statistisch oogpunt geen betekenis heeft. Grotere gemeenten kunnen dus net als kleinere een goede duurzaamheidsscore halen.

de GDI prikkelt het nadenken
stimuleert het bespreken
bevordert het handelen

Kijk voor een overzicht van al ons werk op www.duizendduurzamedaden.nl.